Welkom op HervormdStavenisse.nl.
Wat zijn we voor gemeente?
Wij willen mensen, jong en oud, de weg wijzen naar een werkelijke relatie met God.
Dit is noodzakelijk om niet verloren te gaan.
Dit is mogelijk door Jezus Christus.
Vanuit onze relatie met Jezus Christus willen we tot zegen zijn voor de mensen om ons heen.
U en jij bent van harte welkom in onze gemeente.
Vanaf zondag 1 november worden de kerkdiensten weer in ons verenigingsgebouw De Schuilplaats gehouden.
Bezichtigen kerk
Onze kerk is tot en met oktober elke laatste zaterdag van de maand van 10.00 tot 12.00 uur open voor bezichtiging.
Het praalgraf van Hieronymus van Tuyll van Serooskerke is na een grondige restauratie recent onthuld.
De hervormde gemeente van Stavenisse will iedereen graag de gelegenheid geven dit prachtige kunstwerk te bekijken.
Daarbij geven we ook graag informatie over de kerk, het orgel en het grafmonument.
Iedereen is van harte welkom!
Lees hier de laatste editie van Rondom de kerk
De liefde verkilt
Er waait een gure wind in de gemeente
Het wordt er in de wereld bepaald niet gezelliger op. Daar hoef je geen helderziende voor
te zijn. Het is guur geworden. De Heere Jezus voorzegde dit al. Opmerkelijk: Hij spreekt niet
alleen over de gure wind die in de wéreld waait, Hij waarschuwt ook voor een atmosfeer in
kerk, gezin en huwelijk die steeds killer wordt.
(Dit is een artikel uit De Waarheidsvriend van donderdag 15 oktober 2026)
Tekst: ds. C.H. Hogendoorn
Wat opvalt in Jezus’ typering van de eindtijd, is het intense karakter ervan. Spreekt Hij
eerst over gebeurtenissen die zich, tot op zekere hoogte, zullen voltrekken in de tijd van Zijn
discipelen en de periode daarna – dit blijkt slechts het begin te zijn (Matth. 24:1-8). Aangrijpende
zaken zullen plaatsvinden in de gemeente.
Gelovigen zullen worden overgeleverd vanwege Zijn Naam. Maar dát – hoe merkwaardig ons dat in het
Westen in de oren klinkt – valt te verwachten; de Heere Jezus voorzegde het al (Matth. 5:10-12). Het
werkelijk rampzalige komt niet van buitenaf, maar van bínnenuit. Gemeenteleden die elkáár verraden,
overleveren en háten (24:10). Wetteloosheid bínnen de christelijke gemeente, onderlinge liefde die
bekoelt – niet bij enkelen, maar bij velen (24:12).
Dat klinkt als een nare droom, maar de Heere Jezus meent ieder woord. Hoe blijven we staande wanneer
nota bene de geloofsgemeenschap geen veilige plek meer is? De liefde zal verkillen. Het bederf van
het beste is het slechtste.
Kruisvormig
De Duitse nieuwtestamentica Oda Wischmeyer schreef een diepgravende studie over liefde in het
Nieuwe Testament. Een verrassende conclusie vanLiebe als Agape: Das frühchristliche Konzept und
der moderne Diskurs is dat de liefde geen gevoel, maar eschatologische deugd is, een houding die de
christelijke gemeente zich eigen dient te maken in het laatste der dagen. Een absolute must, want zonder
de liefde is het niet uit te houden. In de wereld niet, maar ook in de kerk niet. Agape, zoals het in
het Nieuwe Testament functioneert, is een frontale aanval op de leugens van de wereld over de liefde:
liefde als een verhaal over jezelf, een gevoel diep vanbinnen dat per dag kan wisselen, afhankelijk van
hoe onze zogenaamde basisbehoeften bevredigd worden – of niet (en dat is dan je eigen schuld).
Maar agape ontwikkelt zich niet op de bodem van het ‘liefdevol’ trouw-zijn aan je authentieke zelf. Het
groeit en bloeit alleen vanuit het kruis van Christus.
Zonder een kruisvormig leven is agape kansloos, absoluut tot mislukken gedoemd.
Verbondswoord
Een andere belangrijke uitkomst bij Wischmeyer is dat agape een verbondswoord is. In het Oude
Testament wordt het liefdesgebod geformuleerd binnen de kaders van het verbondsvolk Israël. Het
verrassende, maar ook ongehoorde – het nieuwe – van het Nieuwe Testament is dat de perspectieven
wijder zijn: de Heere Jezus gebiedt ook onze vijanden lief te hebben (Matth. 5:43-44). Er vindt een
volledige reframing van de liefde plaats. Nu begrijpen we waar het in de gelijkenis van de barmhartige
Samaritaan misgaat (Luk. 10:25-37): de priester en de Leviet die aan de halfdode stakker voorbijgaan
leefden qua ethiek nog in het Oude Testament – dát is hun zonde.
In nevelen gehuld
De herkomst van het Griekse woord agape is in nevelen gehuld. Een mogelijk oorspronkelijke
betekenis duidt op iets wat beschutting biedt. Agape komt ook voor in situaties waarin vrienden elkaar
bij de hand grijpen. Het diep met elkaar verbonden zijn, het elkaar niet los (willen) laten staat hierbij op
de voorgrond. Opmerkelijk is dat het eerste gebruik van agape te maken heeft met de verrassing van
een gastheer die een vreemde (in huis) ontvangt; we zouden dit Bijbelse kernwoord als belangeloze
naastenliefde kunnen definiëren. Liefde die geen voorwaarden stelt, niet aan zichzelf maar aan de
ander denkt. Wat óók opvalt: het element van verkiezing staat op de voorgrond, een voorkeur die
zich níét laat verklaren door de persoon die wordt liefgehad, terwijl agape de inherente eigenschap
heeft zich te uiten in zorg- en liefdevolle daden. Grieks-Romeinse cultuur
Het is belangrijk om te onderstrepen dat het gebruik van het woord agape in het Nieuwe Testament
nieuw is, in zoverre dat het in de Griekse literatuur (bijna) niet meer voorkwam. Hoewel de Griekse vertaling
van het Oude Testament (de zgn. Septuaginta) het werkwoord meer dan tweehonderdvijftig keer
gebruikt, kun je gerust zeggen dat de schrijvers van het Nieuwe Testament agape onder het stof
vandaan hebben gehaald, het tot de basishouding van de gelovige en de christelijke gemeente hebben
gemaakt. Liefde niet als een fijn gevoel, maar als een nieuw gebod van Christus aan de gemeente onder
het Nieuwe Verbond.
De apostel Paulus schrijft op lyrische toon dat deze liefde bij Gód vandaan komt. Het is een liefde zonder
zelfinteresse, volstrekt genereus. Oók is duidelijk: alleen Christus kan deze liefde waarmaken. Het
Nieuwe Testament bedoelt daarmee echter niet dat gelovigen ontslagen zijn van de plicht God en hun
naasten om niet lief te hebben. Dat laatste dreigen we soms te vergeten.
Eindtijd
Ronduit schokkend zijn Jezus’ uitspraken over de sfeer die de christelijke gemeente kenmerkt in het
laatste der dagen. Dat gemeenteleden struikelen is tot daaraan toe, maar dat men elkáár pootje haakt,
overlevert en zelfs haat, valt nauwelijks te geloven (Matth. 24:10). De Heiland verbindt het verkillen
van de liefde een-op-een met de toenemende wetteloosheid (Matth. 24:12). Het woordje ‘verkillen’
is onheilspellend. Nóg aangrijpender is de wetteloosheid die toeneemt – Mattheüs gebruikt
een werkwoord dat we ook in de Griekse vertaling van het Oude Testament tegenkomen: het excessief
toenemen van zonden en ongerechtigheid. Zoals in de dagen voor de zondvloed (Gen. 6:5) en de situatie
in Sodom en Gomorra voordat God deze steden in vuur deed vergaan (Gen. 18:20). Het is niet goed
in woorden te vatten welke morele tragedie zich in de christelijke gemeente zal voltrekken. Niet minder
dan een “eschatologisch schandaal” (C. Spicq). Dat wat de bruid voor onmogelijk houdt, zal tóch gebeuren
(Hoogl. 8:6): de temperatuur in de gemeente daalt tot onder het vriespunt. Voor wie nu met een
beroep op bijvoorbeeld de Dordtse Leerregels de zaak wil sussen door te zeggen dat er toch geen
sprake kan zijn van afval der heiligen, vraag ik liefdevol maar uiterst dringend om de dogmatische
rugzak even weg te zetten.
Actualisatie
In het vervolg van deze bijdrage spits ik een en ander toe op twee actuele thema’s: huwelijk en
echtscheiding én de eenheid in de christelijke gemeente. Ik realiseer me dat dit gevoelige thema’s
zijn. Maar we helpen elkaar niet verder wanneer we kwetsbare onderwerpen uit de weg blijven gaan,
terwijl we weten dat het einde der eeuwen over ons gekomen is (Rom. 13:11). De apostel Petrus die
óók indringend over de liefde als eschatologische deugd schrijft, aantoonbaar geïnspireerd door de
woorden van de Heere Jezus, noemt dit een zaak van nuchtere bezonnenheid, die een christen past
(1 Petr. 4:7-11).
Huwelijk en echtscheiding
Het aantal echtscheidingen is in de voorbije decennia dramatisch toegenomen. We kunnen helaas
niet zeggen dat huwelijken voor Gods aangezicht gesloten daarvan verstoken zijn gebleven, integendeel.
We leven in het Westen in wat sociologen een divorce culture noemen. Dat klinkt dramatisch – en
dat ís het ook. Het verbaast niemand te horen dat we deze scheidingscultuur in zekere zin zelf hebben
gecreëerd. Waar de nadruk ligt op zelfexpressie, je authentieke gevoel volgen én we elkaar niet meer
vertellen dat liefde soms bloed, zweet en tranen kost, liggen de kiemen voor ontwrichting gereed.
Nu bagatelliseren we de ernst en tragiek in huwelijken niet. Er wordt pijn, soms ondragelijk veel pijn
geleden. Er is sprake van toenemende psychische complexiteit, die ook met kundige psychologische
hulp nauwelijks te verdragen is. Het lied kan totaal uit je huwelijk verdwenen zijn.
Op de korrel
De vraag is daarbij wél: zijn we ons als christelijke gemeente bewust dat de duivel uitgerekend in deze
laatste dagen het huwelijksverbond op de korrel neemt? Met een nietsontziende haat, duidelijk niet
van zins de strijd te staken (1 Petr. 5:8). En bieden wij tegengas? Het is niet zonder reden dat Petrus in
zijn zendbrief meerdere keren wijst op de juiste basishouding
voor een christen met de wederkomst in het verschiet (1 Petr. 1:8-22; 2:17; 3:10; 4:8 en 5:14).
We behoren intense liefde te praktiseren. Opvallend is dat de apostel de oproep in 4:8 (“Maar heb voor
alles vurige liefde voor elkaar, want de liefde zal een menigte van zonden bedekken”), gebaseerd op
Spreuken 10:12, zó wijzigt dat we in plaats van philia nu agape lezen. Het maximale wordt gevraagd. Maar
de belofte is ook maximaal: de liefde zal een menigte van zonden bedekken. Niet voor God, maar zoals
Christus onze zonden bedekt en verzoent, zo gaan we in Zijn voetspoor verzoenend en vergevend met
elkaar om. We rakelen niet steeds op. Paulus kent agape ook deze eigenschap toe: 1 Korinthe 13:7: “zij
bedekt alle dingen”, ook te vertalen als: liefde bedekt alle dingen, stilzwijgend. Inderdaad, dat is haast niet
te doen – en seculiere psychologen staan in de rij om je rap te bekeren van deze vorm van jezelf vergeten.
“Wanneer denk je nu eindelijk eens aan jezelf?”
Tot bloedens toe gestreden
Een vrouw in de gemeente vertelde me dat er een keerpunt in haar huwelijk optrad vanaf het moment
dat ze aan de HEERE vroeg of ze liefde mocht ontvangen om van haar man te houden – ondanks alles.
We vertellen elkaar geen succesverhalen, wél dat de HEERE mild geeft voor wie de hand bij Hem ophoudt
– en dat er vertroosting is in Christus’ wonden (art. 21 NGB). Kunnen we oprecht tegen elkaar zeggen
dat we tot bloedens toe gestreden hebben om bijeen te houden wat voor God bijeen hoort? Mogen
we niet meer dan tot nu toe gebeurt de gemeente hierbij betrekken? Veel echtparen strijden hun strijd
alleen. Hoort het niet bij de arbeid der liefde dat de christelijke gemeente op de knieën meestrijdt, omdat
ze weet dat huwelijksleed behoort tot de oorlog die woedt in de hemelse gewesten? Elke scheiding is
een overwinning voor de boze, een nederlaag voor Gods Koninkrijk.
Liefde in kerk en gemeente
Het is opvallend dat de geschriften uit de na-apostolische tijd aansporingen over de liefde
herhalen, zelfs intensiveren. Daar is kennelijk reden toe. Zo lezen we in 1 Clemens een ode op de liefde:
agape verenigt ons met God, ze verdraagt alle dingen, ze is geduldig en niet arrogant. In deze passage,
duidelijk geïnspireerd op wat Paulus in 1 Korinthe 13 schrijft, lezen we ook dat agape wars is van schisma
en onderling geharrewar.
Hier raken we een open zenuw in de gereformeerde gezindte. Eenheid is nooit ons sterkste punt geweest.
Wie om zich heen kijkt, de kerkelijke periodieken of christelijke kranten leest, waant zich soms
in een wedstrijd: gereformeerd, gereformeerder, gereformeerdst. Onder de laatste twee woorden
geeft het tekstverwerkingsprogramma een rode streep. Die woorden bestaan niet. Inderdaad, ze
zouden niet in ons woordenboek moeten staan. Het woord gereformeerd hoeft niet nader vervoegd te
worden. Waarom dan toch het angstvallig afgrenzen van ‘onze’ groep tegenover de ander en het elkaar in
de kerkelijke media publiekelijk voor de bus gooien? Heeft het werkelijk zin om bij een uitspraak van
een voorganger of theoloog te vermelden tot welk kerkgenootschap de persoon behoort? Het is al verdrietig
genoeg dat we de ‘luxe’ hebben met verschillende kerkelijke badges rond te lopen. Dat is geen
pleidooi om de waarheid te offeren op het altaar van liefde. Maar laten we eerlijk zijn: is het werkelijk
altijd Góds waarheid die in het geding is?
Farizese ijver
Misschien zit er wel iets anders onder, rakend aan de thematiek van deze bijdrage: het nieuwe
gebod van de liefde in huwelijk en gemeente. Dr.J. Koopmans schrijft in de Tweede Wereldoorlog
dat gehoorzaamheid aan de belijdenis niet zo heel moeilijk is. Inderdaad, daarin leggen we in de gereformeerde
gezindte bij tijden een farizese ijver voor aan de dag. Gehoorzaamheid aan de gebóden is
veel moeilijker – en precies daar wringt de schoen. Het nieuwe gebod van Christus over de liefde; de
ander hoger achten dan jezelf, de eenheid bewaren en jezelf vergeten – dan gaat het niet meer over
geloofsartikelen (die geloven we wel), maar de geloofspraktijk. Dan komt de ware nood voor de dag.
Waarin alleen de HEERE uitkomst kan geven. ■